Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Wegwezen!

20 woorden

Opzouten, wieberen, peren of de pleiterik maken: wie in Amsterdam weg moet, heeft keus genoeg.

Afnokken

weggaan, niet hetzelfde als nokken

Donderstraal

  1. dondersteen, onverbeterlijke deugniet
  2. oprotten ('donderstraal een eind op')

Drossen

  1. weglopen uit militaire dienst
  2. als zeelui niet terugkeren naar hun schip

Gasjewijnen

vluchten, snel uit de voeten maken, maar ook; verdwenen

Gesjeesd

  1. gek, doorgedraaid
  2. weglopen uit militaire dienst

Mallemoer

  1. kapot (VOC tijd, moer die doordraait)
  2. rot op (loop naar je malle moer, je gekke moeder)

Moeven

wegwezen (uiteraard verbasterd van het Engelse woord 'moven')

Optiefen

ook: optyfen

wegwezen, sodemieter op

Peren

wegwezen, weggaan

Pleiterik

maken dat je wegkomt, 'de pleiterik maken'

Sodemieter

  1. oprotten (sodemieter op)
  2. pak slaag (pak op je sodemieter)

Wieberen

wegwezen, oprotten (komt van Wejiwrech)