Afnokken
weggaan, niet hetzelfde als nokken
Opzouten, wieberen, peren of de pleiterik maken: wie in Amsterdam weg moet, heeft keus genoeg.
weggaan, niet hetzelfde als nokken
weggaan, naar huis gaan
vluchten, snel uit de voeten maken, maar ook; verdwenen
rot op
wegwezen (uiteraard verbasterd van het Engelse woord 'moven')
oprotten
wegwezen, ga weg!
wegwezen, sodemieter op
wegwezen, weggaan
maken dat je wegkomt, 'de pleiterik maken'
rot op
wegwezen
snel weggaan
wegwezen, oprotten (komt van Wejiwrech)