Paaien
tevreden stemmen met loze woorden of beloftes, 'schone schijn'
tevreden stemmen met loze woorden of beloftes, 'schone schijn'
kale man
als de dood ergens voor zijn
duif op de Dam
vrouwenversierder
gezicht (dat is ook geen pan, houd je pan)
grote angst, schrik
zacht scheldwoord dat hard aankomt, net als klootviool
plotseling
duif
handboei
poenerig type, patser (heeft meestal minder dan hij doet voorkomen)
(goede) deal
poenerig type, dik doen (kan iemand zijn die wel heeft wat hij zegt dat hij heeft)
dikke auto, pooierbak
gekkenhuis (voormalige vleugel van het Wilhelmina Gasthuis voor mensen met een psychische stoornis)
de pest, de pé in hebben, sjagrijnig zijn
vent (een toffe peer is een geweldige vent)
'werkkamer' van een dame van lichte zeden
pekelvlees
geld
narigheid, in de zorgen zitten, benarde toestand
pak geld
wegwezen, weggaan
verzamelnaam voor corrupte politiemensen
gevangenis
klap ('mot je een pets voor je kanis?')
rare kwast, vreemde snuiter, mafkees
gozer, man (maar ietwat denigrerend bedoeld 'rare pief' in feite dubbelop)
klein mannetje, onderkruipsel
een gulden
afgeleid van het Franse Pique Nique (Picnic), het betekent een kleine of vriendelijke maaltijd
iemand afknijpen, vernederen, misbruiken
sukkel
straatorgel, draaiorgel
draaien
pret maken, fuiven, uitgaan, 'aan de zwier'
bed [met vermeende luizen: pieten, pietjes], gaan slapen: de pietebak ingaan
geld
jas, pak (kostuum)
vriend
jenever
onervaren zijn 'hij is nog zo'n pikkie'
borrelen
strafschop (verbastering van, uiteraard, penalty)
pechvogel, 'hij is de klos' = 'hij is de pineut' = 'hij is de sigaar'
geld
iets van de prijs af proberen te halen (zie ook afpingelen, afdingen)
vlinderdasje
toilet, urinoir
slapen
mooi meisje
vroeger had je muntstukken van 2,5 cent, die werden 'plak' genoemd
tatoeage
flink gas geven
corrupt ('platte agenten' bijvoorbeeld)
geuniformeerde politie (niet te verwarren met platte agenten)
geen geld op zak hebben, blut, hoeft dus niet per se failliet te zijn
armoedzaaiers, lager volk
toilet
net doen of je echt zingt (elders noemen ze dit playbacken, dat is een verbastering, dat snap je)
maken dat je wegkomt, 'de pleiterik maken'
gooien (vaak in combinatie met water, 'plemp het maar in de majem')
extra benadrukken dat de regen heftig was 'het plesde van de regen'
koffie
rot op
smijten, gooien
hard werken
gracht
opscheppen
badderen, kan in een bad thuis of in een zwembad zijn
ophef, drukte
geld
knip, portemonnee
veel drukte om niets, een hoop gedoe (eigenlijk: stampot met rijst)
opbrengst van een criminele deal (diefstal, oplichting)
uitgestreken smoelwerk (gebruikt tegen iemand die doet alsof hij van niets weet)
buik
smoel, gezicht
souteneur 'beschermheer' van een prostituee
dikke auto, patsersbak
tijd ('een hele poos')
geld ('honderd pop')
dood schieten
overijverige politieman (ooit bijnaam Henk Blon, een agent die later NSB'er werd)
iemand die je wekt, vroeger ging de porder langs de deuren van de huizen
smoel, gezicht
wakker schudden (vroeger iemand die langs de deuren ging om mensen te wekken)
slapen
papegaai
warm eten
(na-) denken
de politie
iedereen die niet uit Amsterdam komt
iemand kunnen hebben, mogen
een huis leeghalen (komt van de firma Puls die in de oorlog voor de Duitsers huizen van Joden leeghaalde)