Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de P

119 woorden en uitdrukkingen

Paaien

tevreden stemmen met loze woorden of beloftes, 'schone schijn'

Pages

ook: pagus

als de dood ergens voor zijn

Pan

gezicht (dat is ook geen pan, houd je pan)

Patjakker

ook: padjakker
  1. schurk, iemand die niet te vertrouwen is
  2. padvinder

Patjepeeër

poenerig type, patser (heeft meestal minder dan hij doet voorkomen)

Patser

poenerig type, dik doen (kan iemand zijn die wel heeft wat hij zegt dat hij heeft)

Paviljoen 3

gekkenhuis (voormalige vleugel van het Wilhelmina Gasthuis voor mensen met een psychische stoornis)

Pé

de pest, de pé in hebben, sjagrijnig zijn

Peer

vent (een toffe peer is een geweldige vent)

Peeskamer

'werkkamer' van een dame van lichte zeden

Peigeren

  1. doodgaan, creperen
  2. werken (afgepeigerd)

Penarie

narigheid, in de zorgen zitten, benarde toestand

Penose

ook: penoze
  1. onderwereld (bargoens)
  2. onderhoud (Jiddisch)

Peren

wegwezen, weggaan

Pet

verzamelnaam voor corrupte politiemensen

Pets

klap ('mot je een pets voor je kanis?')

Peut

  1. klap voor je kop
  2. terpentine (afbijtmiddel voor verf)

Pezen

  1. hard werken
  2. prostitueren, de hoer spelen (peeskamertje)

Piechem

rare kwast, vreemde snuiter, mafkees

Pief

gozer, man (maar ietwat denigrerend bedoeld 'rare pief' in feite dubbelop)

Piegem

klein mannetje, onderkruipsel

Piekeniek

afgeleid van het Franse Pique Nique (Picnic), het betekent een kleine of vriendelijke maaltijd

Piepelen

iemand afknijpen, vernederen, misbruiken

Pieper

  1. verrader
  2. zeikerd, zeur

Pieremegoggel

ook: pieremachochel
  1. een half gezonken of vergaan bootje
  2. mannelijk geslachtsdeel
  3. lompe, logge vrouw

Pierewaaien

pret maken, fuiven, uitgaan, 'aan de zwier'

Pietebak

bed [met vermeende luizen: pieten, pietjes], gaan slapen: de pietebak ingaan

Pik

  1. vriend, gabber
  2. hij heeft het op mij voorzien, hij moet me niet (komt van pikke = duivel)

Pikkie

onervaren zijn 'hij is nog zo'n pikkie'

Pinantie

strafschop (verbastering van, uiteraard, penalty)

Pineut

ook: pieneut

pechvogel, 'hij is de klos' = 'hij is de pineut' = 'hij is de sigaar'

Ping

ook: ping ping

geld

Plak

vroeger had je muntstukken van 2,5 cent, die werden 'plak' genoemd

Plat

corrupt ('platte agenten' bijvoorbeeld)

Platte pet

geuniformeerde politie (niet te verwarren met platte agenten)

Platzak

geen geld op zak hebben, blut, hoeft dus niet per se failliet te zijn

Plebs

armoedzaaiers, lager volk

Pleebekken

net doen of je echt zingt (elders noemen ze dit playbacken, dat is een verbastering, dat snap je)

Pleiterik

maken dat je wegkomt, 'de pleiterik maken'

Plempen

gooien (vaak in combinatie met water, 'plemp het maar in de majem')

Plenzen

ook: plensen

extra benadrukken dat de regen heftig was 'het plesde van de regen'

Poedelen

badderen, kan in een bad thuis of in een zwembad zijn

Poespas

veel drukte om niets, een hoop gedoe (eigenlijk: stampot met rijst)

Poet

opbrengst van een criminele deal (diefstal, oplichting)

Poffertjesporum

uitgestreken smoelwerk (gebruikt tegen iemand die doet alsof hij van niets weet)

Ponem

ook: porem, porum

smoel, gezicht

Pooier

souteneur 'beschermheer' van een prostituee

Poos

tijd ('een hele poos')

Pop

geld ('honderd pop')

Poppesnor

overijverige politieman (ooit bijnaam Henk Blon, een agent die later NSB'er werd)

Porder

iemand die je wekt, vroeger ging de porder langs de deuren van de huizen

Porem

ook: ponem, porum

smoel, gezicht

Porren

wakker schudden (vroeger iemand die langs de deuren ging om mensen te wekken)

Prak

ook: prakkie

warm eten

Prent

  1. bekeuring, nog vaak gebruikt
  2. bankbiljet, nauwelijks nog gebruikt

Pruimen

iemand kunnen hebben, mogen

Pulsen

een huis leeghalen (komt van de firma Puls die in de oorlog voor de Duitsers huizen van Joden leeghaalde)