Maak af
hou op!
hou op!
dikke vrouw
gekkie, niet kwaad bedoeld
slapen
zacht scheldwoord dat hard aankomt, net als pannenkoek
gracht, water, regen
gebrek, last, tegenslag
simpel klusje, een zekerheidje
zwak, ziek, misselijk en moe tegelijk (ook wel: symptomen van verschillende ziekten)
erg dronken
ergens constant mee bezig zijn, niet kunnen stoppen met nadenken (piekeren)
weekhartig, overdreven medelijdend, snel jankend over een pijntje, snel gekwetst
iemand die zich laat gelden, een leider (maar soms ook gekscherend bedoeld)
geld ophalen (orgeldraaier)
mannetje dat allerlei hand- en spandiensten kan verrichten, iemand die met zijn handen werkt
bastaard (Joods) schurk (Bargoens)
knettergek (ergens mataglap van worden)
beste vriend
ruzie
regelen, ik maak het goed met je, je krijgt het goedkoper
iemand die altijd de wind mee heeft
geluk gewenst, gefeliciteerd, het allerbeste
provincie (Mokum en de medine)
verkering mee hebben
100 gulden
zeuren, zaniken
dik doen met andermans geld
profiteur, iemand die (net als het diertje) naar buiten komt als het klimaat hem bevalt
uithoren maar wordt ook wel als 'sarren' gebruikt
hard, flink aanpakken (van 'dat is een flinke klus) nieuwmarkt- tot waterloopleinbuurt)
ratjetoe, allegaartje (van alles in een pan omroeren)
ellende, armoede
krankzinnig, gek
klus
zin, lust (tegen heug en meug)
(rot-) zooi, de hele meuk = de hele zooi
stinken
zeuren, kleinzielig, kleinzeerig doen
letten op kleinigheden
etter, nare man
rommel, mengelmoes ('de hele mikmak', negatieve klank)
veel van weinig, kortom, het is knap waardeloos
sukkel, domoor
ellende
gluiperd
de buit niet delen
stuk maken, slopen
roze koek (glace)
trouwen omdat er een kindje op komst is
wegwezen (uiteraard verbasterd van het Engelse woord 'moven')
Amsterdam en de rest van Nederland
geld (zeer oud, bargoens, 'geld is smerig, vermolmd')
het een zeggen en het ander bedoelen
vermomming, masker (aanduiding voor een onbetrouwbaar persoon)
geld
iets is mooi
gebruiken binnen een groep, beroep of vereniging ('ik zal hem eens eventjes mores leren')
iemand die 's morgens vroeg de vuilniszakken openmaakt op zoek naar handel
naar jong, kwast (maar wordt ook van een beest gezegd)
ruzie (mot met iemand hebben)
een gedwongen huwelijk omdat er een baby op komst is
100 gulden
kniesoor, iemand die op alle slakken zout legt
mond (komt wellicht van het Antwerpse MULLE)
geld
ouderwets
leugens