Daai
- diamant, edelsteen
- klap
- knikker
1 gulden vijftig
leegloper, een nietsnut, iemand die niets uitvreet de hele dag
vliegende vogels
armoede
armoedig type
presentjes aannemen van criminelen (door politie en ambtenarij)
etter
het zit wel goed
hou je gemak (komt van Daii = stil in het Hebreeuws)
op wacht (de uitkijk) staan bij een onguur zaakje
viezigheid (van eten of blubber maar ook diarree; 'getsiederrie')
snor
man, 'he, ouwe dibbes'
goede grap
drukte (je moet je geen dikke benen maken, 'maak je niet druk')
uitstekend, het is goed zo
ik denk er niet over!
belhamel, straatschoffie
rechercheur
betalen (vaak tegen je zin)
alles is lekker
geintje uithalen
zaniken, treiteren, vervelend doen
alles of niets
opmerking die kant noch wal raakt, je kunt er niks mee
bek af, heel erg moe
saai figuur, 'heeft niets te melden'
mazzeltje, geluk hebben
veroordeeld tot een straf
dwaas, dolle gek
woonboot
eend
klap
sukkel
plusfour (pofbroek die over de knie valt)
tellen hoeveel geld je nog hebt voor een afzakkertje
lui persoon
er tussenuit knijpen
geld (VOC tijd)
iemand die goed kan rekenen
tien cent, een dubbeltje