Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de T

49 woorden en uitdrukkingen

Taart

  1. onbehouwen vrouw
  2. achterwerk van een vrouw

Taddebak

viezerik (kan voor een man of een vrouw gelden)

Taddik

vieze vrouw (wordt voor mannen niet gebruikt)

Taks

limiet, grens ('je hebt je taks bereikt')

Tasseknipper

ook: tassenknipper
  1. oplichter, wordt vaak van politici gezegd, verrijken over de rug van anderen
  2. linkmiechel, gierigaard, uitgekookt (vandaar de link met politici waarschijnlijk)
  3. dief

Temeie

ook: temeier

prostituee

Tetteren

  1. kwekken, schreeuwen, hard praten
  2. flink drinken, zuipen

Tic

jenever (colaatje tic)

Tierelier

  1. soepel
  2. slap ('dronken als een tierelier', doelend op hoe iemand heen en weer zwabbert)

Tiet

slappeling, laffe kerel ('slappe tiet' overtreffende trap van tiet)

Tinnef

troep, slechte handel

Tippelen

  1. straatprostitutie
  2. ergens onbewust in terechtkomen, in de maling genomen ('hij is erin getippeld')

Tof

gaaf, geweldig (een toffe peer is een geweldige vent)

Tofelemonen

katholieken (uit het Jiddisch, het staat daar eigenlijk voor 'andersgelovigen' of 'tweederangs')

Toog

bar in een café

Totebel

  1. vierkant visnet
  2. ordinaire vrouw, slonzig type

Treive

  1. onrein, niet kosjer
  2. fout in de oorlog
  3. foute boel, slecht

Trekken

iemand mogen (ik trek hem niet)

Trekzak

accordeon (is feitelijk onjuist, een trekzak is een instrument dat lijkt op een accordeon)

Trien

onbehouwen meid, boers type

Troel

scharrel (zit een ietwat negatieve klank aan)

Tronie

gezicht (meestal met een negatieve klank 'boeventronie')

Tuig

schorem, straatschoffies, maar dan net een slag erger (tuig van de richel)

Tuut

politie (hoewel meer gebruikt in Utrecht)