Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de N

35 woorden en uitdrukkingen

Naatje

  1. waardeloos
  2. troetelnaam voor een meisje, later wordt dit 'Na', denk aan Tante Na

Nagemaakte

ook: nepper

iemand die zich anders voordoet dan hij in werkelijkheid is

Naggelen

eten (is een verbastering van hachelen)

Nassie

korte relatie (max. 24 uur)

Nastoot

  1. achterklap, roddel (dolk in je rug)
  2. de laatste verkoop van de dag, vaak tegen lagere prijzen

Natnek

iemand die een stevig borreltje lust

Neif

ook: nijf, naaf

mes

Nekken

de kop kosten, opbreken

Nelen

praten (niet hetzelfde als 'ouwenelen' dat meer 'slap lullen' of 'roddel en achterklap' inhoudt)

Neppen

belazeren, 'appels voor citroenen verkopen'

Nepper

ook: nagemaakte

iemand die zich anders voordoet dan hij in werkelijkheid is

Nering

handel, dat waarmee je je geld verdient ('de tering naar de nering zetten')

Neringziek

  1. overal handel in zien
  2. oneerlijke concurrentie

Nest

  1. bed ('ga naar je nest')
  2. familie (uit een goed nest komen)
  3. verwend kreng (wordt alleen van een meisje gezegd)

Nieges

ook: niegus

pech, ongeluk (niegesbak en niegeskaart worden bijvoorbeeld in dit verband vaak gebruikt)

Niessie

ook: niesse

jong, leuk meisje (meervoud: niesses)

Niet

lot uit de staatsloterij waar 'niets' op is gevallen

Nippen

klein slokje van iets nemen, meestal een jonge borrel ('bukken en afdrinken')

Nokken

ophouden (met vervelend doen), niet hetzelfde als afnokken

Nop

ook: noppes

(voor) niets

Nor

gevangenis

Nozem

vlotte jongen, rock'nroller, opgeschoten jongere