Saffie
sigaretje
sigaretje
uitroep van verbazing (herkomst onduidelijk)
samen afrekenen, eerlijk delen
alles bij elkaar (de hele santemekraam is dus dubbelop)
druk (maak je niet te sappel)
hard werken voor een paar centen
uitroep van verbazing (herkomst onduidelijk)
vrouw die 50 wordt
opnaaien, pesten
iemand die langs de deuren gaat om scharen en messen te slijpen
mager dier of mens, vel over been
matig biertje
klein kontje (meestal bij wat dikkere mensen die geen dikke kont hebben)
korte, losse relatie
rommelaar
koopje, bijna voor niets
bijna niets
bangerd
bangerd
arme sukkel (vaak van tijdelijke aard)
het is wel goed zo, basta, ophouden
klusje, snelle verdienste
schurk, gemene kerel
wegwezen
flinke inspanning zoals keihard werken maar ook 'het schompus zweten' (net als rambam)
sjoemelaar, scharrelaar maar ook 'iemand die het niet zo nauw neemt'
handel, goederen
straattuig (wat ouder)
straatschoffies (wat jonger)
mormel, kwast
gierigaard
gevangenis (voor schut zitten, komt van schot, je zit ergens achter waar je niet uit kan)
iets wordt bekend, het krijgt aandacht, populariteit
meeprater, saai figuur zonder ruggengraat
kreng, naar mens
ongeluk, misère
badminton
zeuren ('wat een gesijbel')
vogel
typering, zachter dan sukkel maar nagenoeg dezelfde lading (Waterloopleins)
bij de pakken neerzitten, sjachereinig
dronkaard of dronken
triest
beunhaas, rommelaar, handelaar in rommel
kleffe gebakjes
dronken
meisje van niet-joodse afkomst
bedelaars
beduvelen, misleiden
armoedig
paria
iemand zonder ruggengraat
goed bij geld zitten
koffie
verrader
hielenlikker, meeprater
lift (iemand een lift geven, iemand een slinger geven)
iemand iets geven wat hij eigenlijk niet wil hebben
arme sukkel (van wat minder tijdelijke aard dan schlemiel)
het is wel goed zo, basta, ophouden
borreltje
sjofel gekleed meisje (vroeger een kaars met papier er omheen als simpele lamp)
belasting ontduiken
sjoemelen, een beetje smokkelen
snel weggaan
politieagent, eigenlijk bewaker (Joods)
gluiperd, achterbaks figuur
smoezen
ogen (in de smiezen hebben: in de gaten hebben/ houden)
tandarts
lekker bekkie
verzinsel, leugentje, roddel
roddelen
stadstoezicht
meisje
autogordel
stelen (gelezen op MOKUMTV)
gek, getikt
politieagent
taxi zonder vergunning
neus
door hebben
slijmen, kleverig vragen maar ook vleien (wordt onterecht gebruikt in plaats van ruziën)
pooier, 'beschermheer' van een prostituee
iemand die over zich laat lopen
problemen
1 cent
greintje, heel klein beetje
ijswafel
drukte maken, ophef veroorzaken maar ook: kapsies, zie aldaar
brandkast
makkie, echt iets voor hem ('spekkie naar zijn bekkie')
mazzelaar, goede zaken doen, een doorslag hebben
1 cent
loeren, je kans afwachten en dan toeslaan (zelfde als asen)
drol, 'even een splinter uit mijn reet halen'
toestoppen, meestal tegen iemands' wil in ('in de maag gesplitst')
plassen
iemand die onterecht denkt dat hij alles beter weet
sprintje trekken maar ook 'de spurt maken': zorgen dat je snel wegkomt
ambtenaar
lelijkerd
iemand die vaak verhuist maar wel altijd binnen de stadsgrenzen
drukte, bombarie
vermaning, terechtwijzing
opnaaien, vervelend doen, iemand op de kast jagen
knettergek
stomdronken
voorraad (vaak in verband met hash, de voorraad die een coffeeshop heeft)
plekje waar je graag bent
rotzooi schoppen
cervelaatworst
joint
lopen
laarzen
toestoppen (dieventaal)
agent in burger
kleine snack, kan van alles zijn als het de honger maar een beetje 'stilt'
iemand die voor de deur van zijn winkel klanten naar binnen probeert te praten
balspel, je moest proberen de stoep aan de overkant zo te raken dat de bal terugkwam, dan had je een punt
klunzen maar ook wel bakkeleien, ruzie maken
vrouw van lichte zeden die haar geld op straat verdient
meeuw
brood overdwars doorgesneden en belegd
bedrieger
slenteren, op zoek naar iets (op de markt bijvoorbeeld), zelfde als afstruinen
angstig (de stuipen op het lijf jagen)
individu, persoon (vaak met een negatieve klank)