Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de L

71 woorden en uitdrukkingen

Labbekak

bangerd, sul, iemand die iets op een slappe manier tot een eind brengt

Lange End

bijnaam van de Grote Wittenburgerstraat

Lapjesmarkt

stoffenmarkt, vooral de maandagmarkt bij de Noordermarkt en Westerstraat

Lappen

  1. verraden (erbij lappen)
  2. gezamenlijk betalen (kan soms tegen je zin zijn)

Lauw

lam, stelt niets voor

Laven

iemand dronken voeren

Lechajiem

ook: lechajim

op het leven, op je gezondheid, proost!

Leegloper

ook: legenist

mensen die pronken met hun laatste bezittingen maar zo goed als bankroet zijn

Leentjebuur

wat 'lenen' van je buurman met de bedoeling het niet terug te geven (lenen zonder te vragen)

Leep

bijdehand, slim

Lepeneut

vrouw die dom doet (niet per se dom is)

Leut

  1. koffie
  2. lol, gein

Lichtekooi

dame van lichte zeden, meestal een prostituee

Liflaffie

opgewarmde prak van de vorige dag

Lijp

ook: leip

gek

Lijsen

verdienen (Waterloopleins)

Lijsing

opbrengst van de dag (waterloopleins)

Lik

gevangenis

Linkmiechel

ook: linkmiegel

achter de ellenbogen, uitgekookt, gluiperd

Loenen

verraden, met de politie praten

Loenenaar

  1. verrader
  2. iemand die foute handel verkoopt

Loksijs

ook: loksijzen

aantrekkelijk meisje achter de bar dat klanten het café in moet lokken

Lommerd

stadsbank om spullen te belenen

Looier

iemand die zich op maandag ziek meldt

Lorejas

dagdief, een nietsnut, iemand die niets uitvreet de hele dag

Loterijman

iemand die niets serieus neemt, met alles een loopje neemt, een gokker

Lou

niet, niets, nee

Lou loene

  1. doen alsof je van niets weet, of het je niet kan schelen
  2. het heeft niets opgeleverd

Lozen

  1. spullen dumpen, eventueel tegen een zeer laag bedrag
  2. iets weg doen, bewijsmateriaal vernietigen
  3. 'loos hem even' (als je geen zin meer in iemand hebt een smoes verzinnen om van hem af te komen)

Luchie

  1. ik vertrouw het niet
  2. parfum

Luilebol

verwensing, beetje als pannenkoek

Luiwammes

ook: looiwammes

luilak, iemand die niets uitvoert

Lummelen

  1. rondhangen
  2. balspelletje, een in het midden die de bal moest zien te vangen

Lurven

iemand bij zijn 'lurven' grijpen, iemand op- of aanpakken