Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de G

77 woorden en uitdrukkingen

Gabber

ook: gawwer, chawwer

vriend

Gajes

gepeupel, minder volk

Galbak

uiterst negatief persoon

Gallemieze

ook: gallemiezen

platzak, armlastig maar wordt ook wel eens als 'stuk' gebruikt (naar de klote)

Gannef

ook: gannew, gannif, ganf

boef, dief

Gasjewijnen

vluchten, snel uit de voeten maken, maar ook; verdwenen

Gast

verwijzing naar een man (om iemand buiten je eigen groep aan te duiden)

Gauwdief

iemand die zeer behendig is in het stelen

Gazzer

ook: gasser, chazer

varken, zwijn

Geep

ook: gepenkop

zacht scheldwoord dat hard aankomt, net als pannenkoek

Gehaktbal

net als pannenkoek, een weinig vleidende term voor iemand die je een beetje een sukkel vindt

Gein

leuk, charme (dus niet; grappig)

Geinponem

grappenmaker (eigenlijk dus een leuk persoon)

Geintje

grapje (eigenlijk dus; leuk)

Geiten

meisjesachtig giechelen

Gekke Gerrit

ik ben niet helemaal achterlijk ('ik ben gekke gerrit niet'), extra aanzet dat je niet onnozel bent

Gesjeesd

  1. gek, doorgedraaid
  2. weglopen uit militaire dienst

Gesjochten

  1. verloren, naar de bliksem
  2. ben je gek geworden, de weg kwijt

Giechel

  1. mond
  2. neus (volgens Van Dale, maar daar zijn velen het niet mee eens)

Ginnegappen

ongemanierd, spottend lachen, sarcastisch lachje

Gladjakker

kan hem niet inschatten, huichelaar, gluiperd

Glippen

'gratis' met het openbaar vervoer gaan

Godsammelazarus

ook: godsammelazerus, gotsammeloaserus

krachtige vloek of uitroep van schrik en ergernis

Gogme

ook: gochme

intellect, slimme wijsheid, weten waar je moet gaan, zijn

Gojim

  1. niet-Joden
  2. volkeren, naties

Gok

  1. neus
  2. raadsel, 'het is een gok'
  3. lach (hebreeuws)

Gompie

liefkozing voor 'zoonlief'

Goochem

wijs, bijdehand (in positieve zin)

Gotspe

brutaal, tegen de draad in, staat er haaks op

Gozer

jongen, man (eigenlijk bruidegom)

Graftak

  1. bejaarde
  2. etterlijer, "Hij is een nagel aan m'n doodskist"

Grauw

het gewone volk (plebs)

Gribus

  1. achterbuurt
  2. bouwvallige woning
  3. eng persoon
  4. gevangenis
  5. hoerenkast

Griepen

klieren, etteren maar ook; klagen (zeurderig klagen)

Griet

meid, jonge vrouw