Gabber
ook: gawwer, chawwervriend
vriend
mond
gepeupel, minder volk
uiterst negatief persoon
mes
platzak, armlastig maar wordt ook wel eens als 'stuk' gebruikt (naar de klote)
zwak, onpasselijk worden
oud
boef, dief
vriend
vluchten, snel uit de voeten maken, maar ook; verdwenen
hoed, petje
verwijzing naar een man (om iemand buiten je eigen groep aan te duiden)
iemand die zeer behendig is in het stelen
varken, zwijn
grapje
familie
schuil houden, niet opvallen
antiek
25 gulden
zacht scheldwoord dat hard aankomt, net als pannenkoek
net als pannenkoek, een weinig vleidende term voor iemand die je een beetje een sukkel vindt
stiekemerd, stiekem persoon
leuk, charme (dus niet; grappig)
charmant, leuk
grappenmaker (eigenlijk dus een leuk persoon)
grapje (eigenlijk dus; leuk)
meisjesachtig giechelen
slappeling
plezier, genoegdoening
ik ben niet helemaal achterlijk ('ik ben gekke gerrit niet'), extra aanzet dat je niet onnozel bent
netjes, mooi
water
onwijs, ongelooflijk
achterbaks, 'sneaky'
familie
goede bedoeling
minderwaardig volk, tuig
afgezet worden
apotheker
takel
ongemanierd, spottend lachen, sarcastisch lachje
slim
kan hem niet inschatten, huichelaar, gluiperd
zelfde als gladjakker
trambestuurder
postbode
'gratis' met het openbaar vervoer gaan
uitdrukking van verbazing
krachtige vloek of uitroep van schrik en ergernis
intellect, slimme wijsheid, weten waar je moet gaan, zijn
liefkozing voor 'zoonlief'
wijs, bijdehand (in positieve zin)
slimmerik
uiting van verbazing
brutaal, tegen de draad in, staat er haaks op
dure wijk
jongen, man (eigenlijk bruidegom)
agent
vel over been, mager mens
het gewone volk (plebs)
klieren, etteren maar ook; klagen (zeurderig klagen)
meid, jonge vrouw
schamele beloning voor een klusje
saaie vent, valt niet op
beginneling, jonkie
ach