Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de B

121 woorden en uitdrukkingen

Bagger

ook: bagges

waardeloos, 'zwaar kut'

Bak

  1. gevangenis (in de bak zitten)
  2. werk (aan de bak komen, of juist niet 'hij komt niet aan de bak')
  3. auto ('mooie bak heb jij gekocht, buurman')
  4. grap ('wat een bak')

Bakkeleien

ruzie maken zonder fysiek geweld, bekvechten

Bakkie

  1. pilsje (bakkie doen: pilsje drinken)
  2. kop koffie

Balen

flink de pest in hebben

Baliekluiver

iemand die geen klap uitvoert, een nietsnut (maar dit is een typisch Utrechts woord)

Ballen

geld (ik heb er 100 ballen voor over)

Bargoens

  1. boeventaal, dieventaal
  2. geheimtaal (van zigeuners en daklozen)

Barrel

  1. gammel voertuig
  2. oud mens

Bazelen

kletsen, zwammen (lijkt op wauwelen maar dat is meer 'vervelend' praten)

Beerput

  1. oude ton waarin urine en ontlasting werd opgevangen die tweemaal per week door de beerkar werd opgehaald
  2. ellende, 'de beerput moet open', we spreken hiervan als de onderste steen boven moet komen in een onverkwikkelijke zaak

Begaffelen

  1. bekokstoven, regelen, bedisselen
  2. ik kan het niet aanzien, ik snap het niet

Bekaaid

magertjes ergens van af komen, slecht bedeeld

Bekakt

verwaand, 'met de neus in de lucht'

Bekken

praten ("dat bekt lekker")

Belatafeld

bedonderd, gek (ben je helemaal belatafeld)

Beneveld

aangeschoten (dus niet compleet dronken, dan ben je lam)

Benjer

kreng, vrouw met opvliegend karakter, viswijf

Bep

'zo'n' type uit de Jordaan

Bes

oude vrouw ('ouwe bes' werd wel eens sarrend gezegd om extra te benadrukken dat iemand oud was)

Beseibelen

ook: bezeibelen, beschwibelen

beetnemen, bedriegen

Besmetbak

iemand die allerlei ziektes onder de leden heeft, wordt ook als scheldwoord gebruikt

Besonjes

ook: besognes

beslommeringen, bezigheden maar vaak wel met een negatieve lading

Bessie

  1. bessenjenever
  2. oud vrouwtje

Bestieren

runnen, bedrijven, een zaak (winkel of horeca) 'lopende' houden

Bierblik

na een paar biertjes ziet alles er mooier uit

Bietenbrug

verkeerd aflopen, als iets niet gaat zoals het zou moeten gaan ('de bietenbrug op')

Bietsen

bedelen, op andermans zak teren

Bijbeunen

zwart baantje naast een uitkering of andere inkomsten

Bijdehandje

iemand die het achter zijn ellenbogen heeft, die bijdehand doet

Bijgoochem

iemand die denkt dat hij bijdehand is maar het niet is

Bikkel

harde jongen (meestal vanwege het werk of als oorlogsveteraan)

Bink

iemand die zijn centen laat rollen

Bitterherrie

smerige bitterballen (ranzige bittergarnituur)

Blakwannes

rotzooi (komt uit het Engels van Black Varnish)

Blauwblauw

laat maar zitten, praat er maar niet over

Bled

plank (markttaal)

Bleddeg

ook: bleddegie

onderzetter (voor pannen)

Blufkikker

een patser met veel bombarie en uiterlijk vertoon

Blut

geld is op, platzak

Boeren

alles van buiten Amsterdam

Bogus

nep, fake, onzin, namaak

Boldootkar

strontkar (genoemd naar het wereldberoemde luchtje, in werkelijkheid was de strontkar de voorloper van het riool)

Bolleboos

  1. ergens heel erg goed in zijn, knappe kop
  2. gevangenisdirecteur

Bombarie

veel drukte om niks maken, 'daar heb je Arie Bombarie'

Bonis

geld, 'in de bonis zitten' = goed bij kas zitten

Bordeelsluipers

schoenen met een zachte (suède) bovenlaag en een spekzool, je hoort de drager niet aankomen

Branie

ook: braniemaker, branieschopper

druktemaker, opschepper, bluffer

Broge

ook: broche

zegen

Brommen

zitten (in de gevangenis, 'hij moet zeven maanden brommen')

Broodje Mokum

  1. wit broodje met osseworst, oude kaas en uitjes (in Amsterdam schrijven we geen osseNworst maar zonder de 'N" )
  2. koffiehuis in de Jordaan

Broodmolen

iemand die veel praat ('hou die broodmolen eens')

Buitenlander

sleutel die niet past of doelend op een slot waar je de sleutel niet van kent (inbrekersjargon)