Haar in de zaak
vrouw in de winkel
vrouw in de winkel
vrouwen in aantocht
koopje, bijna voor niets
eten ('niet te hachelen')
zaakje, (mijn hachie is gekocht = ik heb het wel voor elkaar maar ook: eigen hachie redden = ik red eerst mijn eigen leven/ handel)
onderwereld
vijftig gulden
gek, niet goed wijs
aanbetaling, blijk van goed vertrouwen
bitse vrouw, viswijf
woord uit 2006, laatste klant in een café
een goed gekleedde man
lummelen, uitvreten, iets niet voor elkaar krijgen
drinkfontijn op straat en met name in parken
hoofd, maar ook hersens
eerste maandag na Hemelvaart (15 augustus, katholieke dag)
borreltje (jenever)
verdwenen, kwijt
borreltje (jenever)
onrust stoken, ruzie
huiselijk, vertrouwd en gezellig
klap
toestand, ophef
kwartje, 25 cent
dood gaan of net dood zijn gegaan (hij gaat hemelen)
heeft, Amsterdamse vorm van hebben
uitroep van verbazing (net als attenoje)
vrolijkheid (tegen heug en meug)
meeprater, slijmerd
lift
driftig persoontje (wordt van een vrouw gezegd), je moet haar met fluwelen handschoenen aanpakken
bordeel
grote auto, vaak zo'n ouderwetse Amerikaan
twist, herrie, ruzie, narigheid
zaak van niks (waardeloos café, hotel of restaurant)
biertje halen
dubbeltje, tien cent
kroegeigenaar
gevangenis
helemaal van streek, stapelgek, dolverliefd
persoon met aanzien, bobo
niets (ik snap er geen...van, ook 'jota')
katholiek zijn
schompes, leplazerus (dus van ...zoeken, maar ook je kan het...krijgen)
huisbaas
zij of hun