Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de H

57 woorden en uitdrukkingen

Hachie

zaakje, (mijn hachie is gekocht = ik heb het wel voor elkaar maar ook: eigen hachie redden = ik red eerst mijn eigen leven/ handel)

Hakketakken

  1. bits doen, kibbelen
  2. stamelen, niet goed uit je woorden komen

Handgeld

aanbetaling, blijk van goed vertrouwen

Hanggans

woord uit 2006, laatste klant in een café

Hannissen

ook: hannessen

lummelen, uitvreten, iets niet voor elkaar krijgen

Happertje

drinkfontijn op straat en met name in parken

Harses

ook: hasses

hoofd, maar ook hersens

Hartjesdag

eerste maandag na Hemelvaart (15 augustus, katholieke dag)

Heimisj

huiselijk, vertrouwd en gezellig

Hemelen

dood gaan of net dood zijn gegaan (hij gaat hemelen)

Hengelen

  1. vissen, met je hengeltje een vissie op het dorge proberen te krijgen
  2. vissen, 'vissen' naar complimenten

Hengst

  1. potente vent, een man die de vrouwtjes kan bekoren
  2. klap, knal

Hens

  1. iedereen die kan moet er zijn (alle hens aan dek)
  2. brand (het huis staat in de hens)

Hep

heeft, Amsterdamse vorm van hebben

Heug

vrolijkheid (tegen heug en meug)

Hittepetit

driftig persoontje (wordt van een vrouw gezegd), je moet haar met fluwelen handschoenen aanpakken

Hoerensloep

grote auto, vaak zo'n ouderwetse Amerikaan

Hommeles

twist, herrie, ruzie, narigheid

Hompetent

zaak van niks (waardeloos café, hotel of restaurant)

Hout

niets (ik snap er geen...van, ook 'jota')

Houten bek

  1. pech, ergens te laat voor komen en het daardoor missen (avondeten bijvoorbeeld)
  2. erge dorst (op de timmerscheepswerf)

Hubekulubus

ook: hubekelubus

schompes, leplazerus (dus van ...zoeken, maar ook je kan het...krijgen)