Ka
schreeuwlelijk, wordt alleen gebruikt voor vrouwen (dikke tante Ka)
schreeuwlelijk, wordt alleen gebruikt voor vrouwen (dikke tante Ka)
klein schavot om criminelen te schande te zetten, hier komt de uitdrukking 'aan de kaak stellen' vandaan
armoedig mens
stomdronken
naar huis strompelen (meestal als je 'kachel' bent)
stuk
iemand die met zijn poen te koop loopt
vrouw met kapsones
kale kop
jup
opdringerig meisje, kan ook 'hoer' betekenen
jong borreltje (bukken en afdrinken)
opschepper
eten, schrokkerig eten
hulpje in de keuken, komt van zeelui, een koksmaatje werd kanepieper genoemd
hoofd, kop, gezicht
stuk
condoom
ophouden
hoogmoed, praatjes voor tien
iemand met kapsones, kapsies
hulpje die voor een paar centen helpt je kar over de bruggen te krijgen
het is goed zo, prima gedaan (positief)
het is goed zo, even dimmen (negatief)
druk maken om niks, ophef, dik doen, er meer van maken dan het is
pinda's in de dop
spel met dobbelstenen
dood
dood
gevangenis
het is voor elkaar, dat is zo gedaan, een zekerheidje
vervelende opmerkingen over iemand maken
vangt de straf op als een misdaad verkeerd afloopt
een boer (laten)
brood
de lucht van drank ('hij heeft een kegel')
kroeg, bar
drinken
borreltje
kroeg, bar
uit de kosten zijn (de inkoop eruit hebben)
één jaar gevangenisstraf (anderhalve kerstboom was 18 maanden zitten)
dicht bij het vuur, 'wie ermee omgaat wordt ermee besmet' (hij zit dicht bij de ketel)
gek, geschift, doorgedraaid
het allereerste begin
jaloers (zij heeft de kift erin)
scheldend ruzie maken
afgunst, jaloers
klein kontje (ook wel kippebillen)
vervelende rokkenjager, lastig mannetje dus, geen charmeur maar een zeur
leuk uitziend meisje ('lekker grietje'), maar ook iel, mager meisje
bekvechten, ruziën, kibbelen
de politie
goed, gezond
iemand bij zijn 'kladden' grijpen, iemand op- of aanpakken
troep, oude kleding
bietser, profiteur, gierigaard
jenever (jonge en oude klare)
hou je mond
ouwehoer, iemand die veel kletst
veel onzin uitkramen, praatjesmaker
smoes, zelfde verhaal opdissen, de ware toedracht blijven ontkennen
opgewarmde prak van de vorige dag
te vertrouwen
kleding
vloek (bijvoorbeeld: ik wens je een zaak met veel personeel)
jan met de pet
zacht scheldwoord dat hard aankomt, net zoals pannenkoek
algemeen woord voor een grote groep mensen, 'de kluit belazeren'
vreemde vent
sukkel, onhandige gast
rijksdaalder, twee gulden vijftig
klerenhanger
iemand die op zijn centen zit
hoofd
een paria, iemand die teert op andermans zak
gek, niet goed bij zijn hoofd
iemand die wereldvreemd is (naar Andries Knevel die zei niet te weten wie André Hazes was)
angstig zijn
lamp zonder batterij, je 'knijpt' om stroom op te wekken
begrijpen, iets goed kunnen ('hij knijst het wel')
heel mooi meisje
politie te paard
harmonica
onbehouwen vent
gratis (koef = kosten noen - non, loos)
snoeper (500 jaar geleden de bijnaam van Amsterdammers)
bed
boekhouder
samenzweren, smoezen, roddelen, beetje achterbaks dus
smoezen
scheet
afbeelding van een gezicht, portret
vervelend persoon, iemand die ettert
zetje geven
handelaar, overal brood in zien
pilsje met een jonge borrel ernaast
borreltje (vieux of jenever)
klein kind
schoonfamilie (zelfde als 'kouwe kant')
borreltje met ijs
duur (poenig) doen
schoonfamilie (zelfde als 'koud bloed')
eer
doodgraver, begrafenisondernemer
bus die van het Leidsebosje naar begraafplaats Zorgvlied reed, er gingen vaak lijkbezorgers met deze bus
verrader
zeer kleine crimineel die denkt dat hij heel wat is (zelfde als kruimelaar)
lekker Joods meisje
borrel
gammel, in slechte staat
gek, geschift, doorgedraaid
gierigaard, iemand die wel geld heeft maar het niet uitgeeft
gierigaard, iemand die amper geld heeft en ook geen cent uitgeeft
schande
café
beetje vrijen (zonder seks te hebben), dicht tegen elkaar kruipen
steekje los, niet goed bij je hoofd zijn
zeer kleine crimineel die denkt dat hij heel wat is (zelfde als krabbelaar)
openbaar toilet (typisch Amsterdamse variant van een openbaar toilet)
fauteuil
benen
zogenaamd, het zal wel
spuug, roggel (kwatten = spugen)
onzin (komt van Antwerpse zeelui)
hoede (op je ...zijn, maar ook quivive)