Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Mokums met de K

152 woorden en uitdrukkingen

Ka

schreeuwlelijk, wordt alleen gebruikt voor vrouwen (dikke tante Ka)

Kaak

klein schavot om criminelen te schande te zetten, hier komt de uitdrukking 'aan de kaak stellen' vandaan

Kachelen

naar huis strompelen (meestal als je 'kachel' bent)

Kakker

iemand die met zijn poen te koop loopt

Kalle

ook: kalletje

opdringerig meisje, kan ook 'hoer' betekenen

Kanen

eten, schrokkerig eten

Kanepieper

hulpje in de keuken, komt van zeelui, een koksmaatje werd kanepieper genoemd

Kanus

ook: kanes, kanis

hoofd, kop, gezicht

Kapsies

ook: kapsones
  1. het hoog in de bol hebben
  2. poeha, ophef, drukte maken

Kargadoor

hulpje die voor een paar centen helpt je kar over de bruggen te krijgen

Kasie

het is goed zo, prima gedaan (positief)

Kaskenade

druk maken om niks, ophef, dik doen, er meer van maken dan het is

Kat

  1. sneer, vervelende opmerking naar iemand maken
  2. buit

Katten

ook: afkatten

vervelende opmerkingen over iemand maken

Katvanger

vangt de straf op als een misdaad verkeerd afloopt

Kegel

de lucht van drank ('hij heeft een kegel')

Kering

uit de kosten zijn (de inkoop eruit hebben)

Kerstboom

één jaar gevangenisstraf (anderhalve kerstboom was 18 maanden zitten)

Ketel

dicht bij het vuur, 'wie ermee omgaat wordt ermee besmet' (hij zit dicht bij de ketel)

Kiet

het allereerste begin

Kift

jaloers (zij heeft de kift erin)

Kijven

scheldend ruzie maken

Kip

  1. politieagent
  2. zwangere vrouw, maar wordt ook wel eens dubbelop gebruikt, 'die kip is zwanger', terwijl kip zelden voor een niet zwangere vrouw wordt gebruikt

Kippekont

klein kontje (ook wel kippebillen)

Kippendief

vervelende rokkenjager, lastig mannetje dus, geen charmeur maar een zeur

Kippetje

leuk uitziend meisje ('lekker grietje'), maar ook iel, mager meisje

Kissebissen

ook: klissebissen

bekvechten, ruziën, kibbelen

Kit

de politie

Kladden

iemand bij zijn 'kladden' grijpen, iemand op- of aanpakken

Klapper

  1. doorslag, zakelijk een hele goede slag gemaakt
  2. bergplaats of verstopplaats van boeven
  3. benaming (onder trambestuurders) voor een ongeval
  4. marktkoopman
  5. illegaal bordeel

Klare

jenever (jonge en oude klare)

Klauwen

  1. stelen
  2. handen, 'laat het niet uit je klauwen vallen'

Kleur

smoes, zelfde verhaal opdissen, de ware toedracht blijven ontkennen

Kliekie

opgewarmde prak van de vorige dag

Klole

vloek (bijvoorbeeld: ik wens je een zaak met veel personeel)

Klootviool

zacht scheldwoord dat hard aankomt, net zoals pannenkoek

Kluif

  1. stuk vlees met bot eraan
  2. veel werk, 'hij heeft er een hele kluif aan'
  3. hand (komt van klauw maar wordt niet veel gebruikt)
  4. buit

Kluit

algemeen woord voor een grote groep mensen, 'de kluit belazeren'

Kluiten

  1. geld
  2. onbeheersbaar geworden, boven het hoofd gegroeid

Kluns

sukkel, onhandige gast

Knaak

rijksdaalder, twee gulden vijftig

Kneggie

een paria, iemand die teert op andermans zak

Kneiter

gek, niet goed bij zijn hoofd

Knevel

iemand die wereldvreemd is (naar Andries Knevel die zei niet te weten wie André Hazes was)

Kniesoor

  1. muggenzifter, iemand die op alle slakken zout legt
  2. mierenneuker, iemand die op ieder detail let

Knijpkat

lamp zonder batterij, je 'knijpt' om stroom op te wekken

Knijsen

begrijpen, iets goed kunnen ('hij knijst het wel')

Knip

  1. portemonnee
  2. akkoord ('het zit in de knipt')

Knoedeltje

  1. afwasborstel
  2. dotje haar op het hoofd van een vrouw

Koefnoen

gratis (koef = kosten noen - non, loos)

Koeketer

snoeper (500 jaar geleden de bijnaam van Amsterdammers)

Konkelen

ook: bekonkelen

samenzweren, smoezen, roddelen, beetje achterbaks dus

Konterik

vervelend persoon, iemand die ettert

Koopman

handelaar, overal brood in zien

Kopstoot

pilsje met een jonge borrel ernaast

Kosjer

ook: koosjer, kosher
  1. het is goed
  2. rein

Kraai

doodgraver, begrafenisondernemer

Kraaienknip

bus die van het Leidsebosje naar begraafplaats Zorgvlied reed, er gingen vaak lijkbezorgers met deze bus

Krentenkakker

gierigaard, iemand die wel geld heeft maar het niet uitgeeft

Krentenweger

gierigaard, iemand die amper geld heeft en ook geen cent uitgeeft

Kroelen

beetje vrijen (zonder seks te hebben), dicht tegen elkaar kruipen

Kronkel

steekje los, niet goed bij je hoofd zijn

Krul

openbaar toilet (typisch Amsterdamse variant van een openbaar toilet)

Kwasie

zogenaamd, het zal wel

Kwat

spuug, roggel (kwatten = spugen)

Kwats

onzin (komt van Antwerpse zeelui)

Kwievieven

hoede (op je ...zijn, maar ook quivive)