Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Types en sujetten

75 woorden

Sukkels, linkmiechels, patsers en kniesoren. Amsterdammers hebben voor elk type mens wel een woord.

Baliekluiver

iemand die geen klap uitvoert, een nietsnut (maar dit is een typisch Utrechts woord)

Belatafeld

bedonderd, gek (ben je helemaal belatafeld)

Blufkikker

een patser met veel bombarie en uiterlijk vertoon

Branie

ook: braniemaker, branieschopper

druktemaker, opschepper, bluffer

Dagdief

leegloper, een nietsnut, iemand die niets uitvreet de hele dag

Gehaktbal

net als pannenkoek, een weinig vleidende term voor iemand die je een beetje een sukkel vindt

Gesjeesd

  1. gek, doorgedraaid
  2. weglopen uit militaire dienst

Gesjochten

  1. verloren, naar de bliksem
  2. ben je gek geworden, de weg kwijt

Gladjakker

kan hem niet inschatten, huichelaar, gluiperd

Griepen

klieren, etteren maar ook; klagen (zeurderig klagen)

Ibbel

ook: iebel

tureluurs, ergens compleet gek van worden

Jan Doedel

  1. jenever
  2. slappeling, sulletje
  3. voor niks gedaan

Jouker

te gek (soms ook negatief bedoeld zoals te duur of absurd 'te jouker')

Kippendief

vervelende rokkenjager, lastig mannetje dus, geen charmeur maar een zeur

Kluns

sukkel, onhandige gast

Kneiter

gek, niet goed bij zijn hoofd

Krentenkakker

gierigaard, iemand die wel geld heeft maar het niet uitgeeft

Krentenweger

gierigaard, iemand die amper geld heeft en ook geen cent uitgeeft

Labbekak

bangerd, sul, iemand die iets op een slappe manier tot een eind brengt

Lijp

ook: leip

gek

Linkmiechel

ook: linkmiegel

achter de ellenbogen, uitgekookt, gluiperd

Lorejas

dagdief, een nietsnut, iemand die niets uitvreet de hele dag

Meikever

profiteur, iemand die (net als het diertje) naar buiten komt als het klimaat hem bevalt

Mesjogge

ook: mesjokke

krankzinnig, gek

Miepen

zeuren, kleinzielig, kleinzeerig doen

Olms

oud, maar ook gek

Patjepeeƫr

poenerig type, patser (heeft meestal minder dan hij doet voorkomen)

Piechem

rare kwast, vreemde snuiter, mafkees

Pieper

  1. verrader
  2. zeikerd, zeur

Schlemiel

ook: sjlemiel

arme sukkel (vaak van tijdelijke aard)

Sikkel

typering, zachter dan sukkel maar nagenoeg dezelfde lading (Waterloopleins)

Sloeber

arme sukkel (van wat minder tijdelijke aard dan schlemiel)

Smiecht

gluiperd, achterbaks figuur

Tasseknipper

ook: tassenknipper
  1. oplichter, wordt vaak van politici gezegd, verrijken over de rug van anderen
  2. linkmiechel, gierigaard, uitgekookt (vandaar de link met politici waarschijnlijk)
  3. dief

Tiet

slappeling, laffe kerel ('slappe tiet' overtreffende trap van tiet)

Uitvreter

op andermans zak teren, gierigaard

Veiling

ook: feiling

voor de gek houden, vervangend woord voor 'maling'

Waus

gek, gebruikt als aanwijzing ('te waus', 'dat mens is waus')

Wauzers

te gek, kreet gebruikt als uitdrukking van verbazing

Zeurgestie

suggestie, voorstel, waarbij je zelf al aangeeft dat het eigenlijk om te zeuren (zeiken) is