Baanders
benen
Je ponem, je gok, je jatten en je kuierlatten. Het lichaam van top tot teen, op zijn Amsterdams.
benen
kale man
gezicht, mond, smoel
verwaand, 'met de neus in de lucht'
tanden
drukte (je moet je geen dikke benen maken, 'maak je niet druk')
tronie, gezicht
gezicht
mond
hoofd, maar ook hersens
kale kop
hoofd, kop, gezicht
hou je mond
hoofd
gek, niet goed bij zijn hoofd
afbeelding van een gezicht, portret
steekje los, niet goed bij je hoofd zijn
benen
ogen
mannetje dat allerlei hand- en spandiensten kan verrichten, iemand die met zijn handen werkt
chagrijnig of onsympathiek gezicht; ook iemand met zo'n gezicht
mond (komt wellicht van het Antwerpse MULLE)
mond, bek
kale man
gezicht (dat is ook geen pan, houd je pan)
buik
smoel, gezicht
smoel, gezicht
gezicht ('recht voor zijn raap')
klein kontje (meestal bij wat dikkere mensen die geen dikke kont hebben)
ogen (in de smiezen hebben: in de gaten hebben/ houden)
neus
toestoppen, meestal tegen iemands' wil in ('in de maag gesplitst')
dikke kont
vingers
vingers
achterwerk
lopen, te voet gaan (op je twee benen)
gezicht (meestal met een negatieve klank 'boeventronie')
kale kop
handen
mond
mond
achterwerk