Van sloperij tot Rembrandtplein
Maurits Caransa, door iedereen Maup genoemd, werd op 5 januari 1916 in Amsterdam geboren in een arm Joods gezin; zijn vader was kolenhandelaar. Hij trouwde in 1941 met een katholieke vrouw en overleefde de oorlog. Zijn ouders en drie broers niet. Na de bevrijding begon hij een handel in legerdump en tweedehands auto-onderdelen, en de winst stopte hij in stenen. Begin jaren zestig was hij volop vastgoedman. Hij bezat het Schiller Hotel en een groot deel van het Rembrandtplein, had Hotel De Doelen en kocht en verkocht onder meer het Amstel Hotel en Hotel Americain. Ook het beruchte Maupoleum aan de Jodenbreestraat draagt zijn naam: het gebouw werd in 1971 neergezet door een consortium waarvan hij deel uitmaakte.
Ironisch genoeg had zijn moeder hem als kind, als hij niet kon slapen, gezegd dat hij 'dan maar in De Doelen moest gaan slapen'. Later was het hotel van hem. Hij was een goede vriend van Ajax-voorzitter Jaap van Praag, zat vaak in de bestuurskamer en reisde mee naar Europese wedstrijden, al weigerde hij de club te kopen.
In Amsterdam werd zijn naam zo goed als een synoniem voor rijkdom. Volgens Jan Vriend in zijn boek over Amsterdam zei een klant die op het Waterlooplein wilde afdingen: "Je bent te duur. Ik ben Caransa niet."
De ontvoering
Elke week bridgede Caransa in de Continental Club, vlak bij het Amstel Hotel, dat toen van hem was. Kort na één uur 's nachts, in de nacht van 27 op 28 oktober 1977, liep hij de trap af naar het Professor Tulpplein, op weg naar zijn Rolls-Royce. Vier mannen met bivakmutsen grepen hem en duwden hem in een kleine rode auto.
De politie dacht de eerste dagen aan de Duitse terreurgroep RAF, die die herfst in Duitsland actief was. Maar het ging om iets anders: het was de eerste ontvoering in Nederland waarbij het alleen om losgeld draaide.
Onderhandelen over je eigen losgeld
Vijf dagen zat Caransa vast, volgens latere reconstructies op een boerderij in Middelie, tussen Edam en Purmerend. Zelf sprak hij van "120 uur in een hok, donker, vastgebonden". De ontvoerders vroegen eerst veertig miljoen gulden. Caransa, zakenman tot op het bot, onderhandelde zelf en kreeg het bedrag omlaag naar tien miljoen. Via een briefje met instructies aan zijn advocaat werd het geld klaargezet: tien miljoen gulden in nieuwe duizendjes, de 'rooie ruggen'. In de Utrechtsestraat werd het geld uit een auto opgehaald. De politie mocht de ontvoerders niet volgen.
In de nacht van 2 op 3 november werd Caransa geblinddoekt bij de Zoutkeetsgracht uit een auto gezet. Hij hield een taxi aan, liet zich naar het hoofdbureau van politie brengen en riep daar: "Ik ben Caransa, help me!"
Vroeger stond ik elke dag wel in de krant, maar al die publiciteit heeft me nu tien miljoen gekost.
Maup Caransa na zijn vrijlating
Caransa-duizendjes, maar geen arrestaties
Daarna begon de jacht op het geld. 'Caransa-duizendjes' doken op in onder meer Italië, Turkije en Libanon, maar slechts zo'n half miljoen werd teruggevonden. Een Italiaanse maffioso werd betrapt met 480 van die biljetten, maar zweeg. In 1978 zette de politie zelfs een Duitse undercoveragent in als zogenaamde koper van het losgeld, maar die stak zelf een deel in zijn zak, en de operatie werd afgeblazen.
Begin jaren tachtig onthulden journalisten Cees Koring en Peter R. de Vries in De Telegraaf wie er volgens hen achter zaten: vijf Nederlanders uit het Amsterdamse drugscircuit en drie Italianen. Ze vonden ook de boerderij in Middelie, die Caransa bij een reconstructie herkende. Maar bewijs voor een veroordeling was er niet. Jaren later bekende een van de vermeende daders in een weekblad, om het daarna weer in te trekken. Niemand is ooit voor de ontvoering veroordeeld.
Caransa hield er paniekaanvallen aan over, vooral als hij alleen was. Hij overleed op 6 augustus 2009, 93 jaar oud. Het bedrijf dat zijn naam draagt, is nog altijd actief in het Amsterdamse vastgoed.
Zes jaar na Caransa werd Amsterdam opgeschrikt door een tweede, nog grotere ontvoering: die van Freddy Heineken in 1983. Lees ook over Heineken in Amsterdam en over het Maupoleum, het gebouw dat naar Maup werd vernoemd.
- 01De ontvoerders vroegen eerst veertig miljoen gulden; Caransa onderhandelde zelf terug naar tien miljoen.
- 02Het was de eerste ontvoering in Nederland waarbij het alleen om losgeld ging.
- 03Van de tien miljoen werd maar zo'n half miljoen teruggevonden, onder meer in Italië, Turkije en Libanon.
- 04De bijnaam Maupoleum combineert 'Maup' en 'mausoleum'.
- 05Na zijn vrijlating riep Caransa op het hoofdbureau van politie: 'Ik ben Caransa, help me!'
Bronnen en verantwoording (6)
- Jan Vriend, 'Amsterdam in 750 feiten, quotes, gebeurtenissen en anekdotes', Edicola, 2024
- NTR, 'De Caransa-ontvoering', Andere Tijden, 2017
- Wim Pelt, 'Maup Caransa. Vastgoedmagnaat uit Amsterdam', Prometheus, 2019 (inkijkexemplaar)
- Sportgeschiedenis, 'De ontvoering van Maup Caransa, de financier van Ajax', 2020
- Rodi, 'Middelie en de ontvoering van Maup Caransa', 2025
- Time, 'Kidnaping: $4 Million Deal', 1977
