Gijsbert van Tienhoven
De burgemeester van het Rijksmuseum, het Concertgebouw en Centraal Station, en van het bloedige Palingoproer.
Gijsbert van Tienhoven werd op 12 februari 1841 geboren in De Werken, bij Werkendam, als achtste van dertien kinderen van een aannemer van openbare werken. Hij studeerde rechten in Utrecht, was daar rector van het studentencorps en promoveerde in 1866. Al op zijn 28e werd hij hoogleraar Romeins en hedendaags recht aan het Atheneum Illustre in Amsterdam. Vanaf 1874 zat hij in de gemeenteraad en was hij wethouder van Financiƫn. In die rol voerde hij een plaatselijke inkomstenbelasting in en steunde hij krachtig de bouw van woningen voor arbeiders door de gemeente.
De stad wordt modern
Op 1 januari 1880 werd hij burgemeester. Zijn elf jaar vielen samen met de economische en sociale modernisering van Amsterdam. In 1883 hield de stad een grote internationale koloniale en uitvoerhandel-tentoonstelling. In 1885 opende het Rijksmuseum, in 1888 het Concertgebouw, en ook Centraal Station werd in zijn tijd gebouwd. Hij zorgde voor betere nutsvoorzieningen en zette zich in voor de verheffing van het Atheneum Illustre tot universiteit. Later was hij voorzitter van de curatoren van de Gemeentelijke Universiteit.
Van Tienhoven stond bekend om zijn uitnemende tact en was vaak te zien in het culturele leven. Om zijn donkere uiterlijk noemden Amsterdammers hem 'de Marokkaanse ruiter'.
Het Palingoproer
Maar de stad groeide hard, en lang niet iedereen profiteerde. In wijken als de Kinkerbuurt, de Dapperbuurt en De Pijp werd snel en slordig gebouwd. Van Tienhoven voelde zich beter thuis in de hogere kringen dan in de volksbuurten en had weinig op met de opkomende socialisten.
Op zondag 25 juli 1886 probeerde de politie aan de Lindengracht in de Jordaan het verboden volksvermaak palingtrekken te stoppen, waarbij men probeerde een levende paling van een touw te trekken. Een agent sneed het touw door en de menigte keerde zich tegen de politie. De volgende dag werd een politiebureau belegerd. Op verzoek van de politie greep het leger in en soldaten schoten op de menigte. Er vielen 26 doden. Het Palingoproer werd onder verantwoordelijkheid van de burgemeester met harde hand neergeslagen.
Naar Den Haag
In 1891 vroeg de regering hem een kabinet te vormen. Van Tienhoven werd minister van Buitenlandse Zaken en leidde de ministerraad tot 1894, toen hij als enige minister tegen een Kamerontbinding was en opstapte. Van 1897 tot 1911 was hij Commissaris der Koningin in Noord-Holland. Hij overleed op 10 oktober 1914 in Bentveld. Een bronzen borstbeeld van hem uit 1933 staat in het museum van de Universiteit van Amsterdam.
- 01Amsterdammers noemden Van Tienhoven om zijn donkere uiterlijk 'de Marokkaanse ruiter'.
- 02In zijn tijd openden het Rijksmuseum (1885) en het Concertgebouw (1888).
- 03Bij het Palingoproer van juli 1886 vielen 26 doden.
- 04Na Amsterdam leidde hij als minister van Buitenlandse Zaken het kabinet van 1891 tot 1894.