Je hebt ze vast weleens gezien: die vrolijk beschilderde panden in de Spuistraat, met op nummer 199 een metershoge slang over de gevel. Tot de ontruiming in 2015 vormden ze het laatste grote krakersbolwerk van de binnenstad. Maar de naam die eraan kleeft, de Tabakspanden, verwijst niet naar tabak of een fabriek. Hij verwijst naar een man: Hendrik Tabak, de grootste huisjesmelker die Amsterdam ooit heeft gekend.
Van groentekar tot vastgoed
Tabak werd in 1900 in Amsterdam geboren. Als twaalfjarig jochie werd hij, zo vertelde hij later graag, door zijn vader met een handkar vol groente en fruit de stad in gestuurd, met de opdracht niet thuis te komen voordat alles verkocht was. Hij verdiende geld als water. Op zijn achttiende kocht hij paard en wagen, en in 1918 had hij genoeg gespaard voor zijn eerste pandje. Rond 1930 streek hij neer in de Spuistraat, waar hij een groentecentrale en later garagebedrijven vestigde. Aan de achterzijde, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, handelde hij in tweedehands auto's.
Fout in de oorlog
Tabaks levensloop laat zich, zoals het tijdschrift Ons Amsterdam treffend opmerkte, simpel in drieën delen: fout voor de oorlog, fout in de oorlog en fout na de oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kocht hij op de Centrale Markthallen groente in voor de Duitse bezetter, en raakte hij bevriend met de beruchte verhuizer Abraham Puls, wiens bedrijf de huizen van weggevoerde Joodse Amsterdammers leeghaalde. In zijn handel in schaarse goederen werd Tabak beschermd door Hans Blumenthal, de tweede man van de Sicherheitsdienst. Tijdens de hongerwinter kreeg hij zelfs politiebewaking bij zijn bolwerk aan de Spuistraat. Naar schatting verdiende hij honderdduizenden guldens aan zijn handel met de bezetter.
Hij verdiende liever honderd gulden met oplichting dan duizend met eerlijke handel.
Ons Amsterdam over Hendrik Tabak
Een koninkrijk van steen
Na de bevrijding werd Tabak opgepakt, veroordeeld voor collaboratie en vastgezet in een interneringskamp op Texel. Maar in 1946 liep hij alweer vrij door de stad, nadat hij de rechtbank op slinkse wijze van zijn slechte gezondheid had weten te overtuigen. In de eerste naoorlogse jaren pakte hij de autohandel weer op en belegde de opbrengsten in onroerend goed. Op het hoogtepunt van zijn koninkrijkje bezat Tabak 118 panden en 800 woningen in Amsterdam. Vooral in het stukje binnenstad tussen Nieuwezijds Voorburgwal en Singel kocht hij pand na pand op, die hij liet doorbreken tot grote parkeergarages. Een gemeentewoordvoerder verzuchtte ooit tegen Het Parool: de Spuistraat is van Tabak, daar heb je weinig zeggenschap over.
De fatale overval
Het einde kwam in 1974. Tabak was net veroordeeld tot enkele maanden cel voor het vragen van sleutelgeld aan nieuwe huurders, een illegale praktijk waarmee huisjesmelkers extra cashten. Maar voordat hij zich bij de gevangenispoort hoefde te melden, werd hij overvallen in zijn eigen garage aan de Spuistraat en beroofd van een paar duizend gulden. Een week later, eind januari 1974, overleed hij. De politie sprak van een causaal verband tussen de overval en zijn dood. De Amsterdammers geloofden dat maar al te graag: Tabak, grapte men, stierf aan het verlies van die paar duizend gulden, niet aan zijn verwondingen. Verdachten waren er genoeg, de halve stad had een hekel aan de huisjesmelker, maar zijn moordenaars zijn nooit gevonden.
De Tabakspanden leven voort
Na zijn dood werden Tabaks panden aan de Spuistraat naar hem vernoemd. Ze wisselden in dertig jaar acht keer van eigenaar, zonder dat iemand erin slaagde ze te herontwikkelen. In 1983 werden ze gekraakt door zo'n tweehonderd mensen en groeiden ze uit tot een befaamd creatief bolwerk, met op nummer 199 het Slangenpand. Pas in maart 2015 werden de panden, na 32 jaar en met hulp van de ME, ontruimd. Zo bleef de naam van een oplichter zonder scrupules tot ver in de eenentwintigste eeuw aan de stad kleven.
Meer over deze hoek van de stad? Lees hoe de Nieuwezijds Achterburgwal tot Spuistraat werd, of over de grote brand op het Damrak in 1963.
- 01Op zijn hoogtepunt bezat Tabak 118 panden en 800 woningen in Amsterdam.
- 02Zijn parkeergarages liet hij ontwerpen door architect Piet Zanstra; de grootste, aan de Marnixstraat, kennen we nu als Europarking.
- 03Tabak loog zo gewoonlijk dat zelfs de geheime dienst na zijn dood zijn juiste voornaam niet kon achterhalen.
- 04De daders van de overval zijn nooit gevonden; volgens oud-BVD'er Frits Hoekstra had zelfs de Rode Jeugd plannen gehad hem te vermoorden.
- 05In 1987 kreeg Spuistraat 199 zijn beroemde slang op de gevel, ontworpen door kunstenares Patries van Elsen: het Slangenpand was geboren.