Aan de Weteringschans, tussen Paradiso en de Museumbrug, staat een rijtje statige villa's met een hek ervoor. Het is een zeldzaamheid: volgens het monumentenregister zijn er maar weinig villa's gebouwd binnen de Singelgracht. In een ervan, de dubbele villa op nummer 20-22 uit 1884, eindigde in oktober 1977 het leven van een van de opvallendste vrouwen die Amsterdam heeft gekend.

Van Tilly uit Terneuzen tot superpoes
Ze werd in 1938 in Terneuzen geboren als Mathilda Maria Theodora de Doelder, en kwam in 1959 naar Amsterdam. Ze huurde een kamer aan het Leidseplein en leerde de schilder Carel Willink kennen, de meester van het magisch realisme. Hij was 38 jaar ouder. In 1969 trouwden ze. Willink noemde haar zijn superpoes.
Samen waren ze een vaste waarde in de roddelrubrieken: hij de deftige oude schilder, zij een wandelend kunstwerk in de extravagante creaties van de Amsterdamse ontwerpster Fong Leng. Willink schilderde haar vijf keer. Op het bekendste portret, uit 1975, draagt ze een zilveren luipaardjas van Fong Leng. Haar bekendheid deed volgens velen ook zijn werk goed.

De breuk
Het sprookje duurde niet. Willink begon een relatie met de beeldhouwster Sylvia Quiël, die nog eens zes jaar jonger was dan Mathilde. In 1977 volgde de scheiding, en datzelfde jaar trouwde Willink met Sylvia. Mathilde bleef achter in de villa aan de Weteringschans, met een kast vol dure jurken en volgens tijdgenoten steeds minder geld. Ze zocht het in het nachtleven en in kringen waar het niet altijd veilig was.
Een paar maanden voor haar dood vertelde ze een roddeljournalist dat er drastisch moest worden opgetreden als haar financiën zo doorgingen. Wat ze daarmee bedoelde? "Nou, zelfmoord."
25 oktober 1977
In de namiddag van 25 oktober 1977 werd Mathilde Willink dood gevonden in haar hemelbed, met een kogel in haar hoofd en een klein pistool bij zich. Ze was 39. De politie concludeerde al snel dat ze zichzelf had gedood, en het dossier ging dicht. Vrienden, en ook mensen bij de politie, twijfelden daar openlijk aan. Wie het wapen hanteerde, is nooit sluitend vastgesteld.
Ze werd begraven op begraafplaats Westgaarde. Carel Willink overleed op 19 oktober 1983, zes jaar en zes dagen na haar.
Van haar is in de stad weinig meer terug te vinden. Wel de villa aan de Weteringschans, die er nog altijd staat met zijn hek, zijn leeuwenkoppen en uitzicht op het water, en het Amsterdam Museum, dat een deel van haar jassen en capes van Fong Leng bewaart.
Meer over deze buurt? Lees over het Paradisolandje, een paar deuren verderop, of zoek in de straatnamengids waar de Weteringschans naar heet.
- 01Mathilde was 38 jaar jonger dan Carel Willink. Hij noemde haar zijn superpoes.
- 02Haar eerste Amsterdamse kamer, aan het Leidseplein, kostte vijftig gulden per maand.
- 03Carel Willink overleed in 1983, zes jaar en zes dagen na Mathilde.
- 04Haar villa aan de Weteringschans is volgens het monumentenregister een zeldzaam voorbeeld van villabouw binnen de Singelgracht.
- 05Het Amsterdam Museum bewaart jassen en capes van Fong Leng die Mathilde droeg.
Bronnen en verantwoording (8)
- Lisette de Zoete, Mathilde: muze, mythe, mysterie (Lecturis), leesfragment
- Corrie Verkerk, Amsterdamse spookhuizen (De Kring, 2017), leesfragment
- Rijksmonumentenregister: Weteringschans 20-22 (518477)
- VARAgids: Podcast van de week, Mathilde's Mysterie (2021)
- IDFA: Mathilde Willink superpoes (2002)
- Museum MORE: Portret van Mathilde (1975)
- Amsterdam Museum: Vrouwen van Amsterdam
- Peter-Paul de Baar en Peter de Brock, Hier gebeurde het (boekentip)
