Wat zien we?
Amsterdam was in diepe rouw, die eerste week na de moord op Theo van Gogh. Duizenden mensen kwamen naar de plek aan de Linnaeusstraat 20 en legden er verschillende dingen neer als herinnering aan Van Gogh. Er lagen bloemen, pakjes sigaretten en een schrijfblok waar ter plekke emoties op papier werden gezet. Ook lagen er ingelijste of geplastificeerde boodschappen, een speelgoedaapje met twee pleisters over zijn mond en een bord met de tekst: "Op 2 november is hier Nederland gestorven. Ik ben opeens een totale vreemde in mijn eigen land."
Wat is het nieuws van de dag?
Het is onrustig in Nederland. Ook vandaag wordt het nieuws nog beheerst door de nasleep van 2 november. In het hele land gaan mensen de straat op om hun ongenoegen over de moord op Van Gogh te uiten op en bij islamtische gebouwen. Er vinden aanslagen plaats in IJsselstein en Eindhoven en er worden maatregelen genomen om de gebouwen te beschermen.
Wat gebeurde er in de jaren daarna?
Twee dagen na het nemen van de foto werden de bloemen, kaarten, knuffels en peuken uit de Linnaeusstraat verwijderd. Theo was een dag eerder begraven en de familie had verzocht de herdenkingsplek vervolgens op te heffen. Het bordje is te vinden in het Rijksmuseum en het aapje staat in het Amsterdam Museum. Heel veel andere kaarten en papieren zijn gedigitaliseerd en te vinden in het Stadsarchief. In 2007 werd in het nabij de plek van de moord gelegen Oosterpark een beeld ter nagedachtenis aan de moord geplaatst. Het beeld is bijna 5 meter hoog en staat symbool voor de vrijheid van meningsuiting.