De Diamantbuurt
De Pijp ยท 10 stratenDiamant, robijn, saffier, smaragd, topaas en granaat: de straten in het zuiden van De Pijp verwijzen naar de diamantindustrie die hier om de hoek zat.
Waarom deze namen?
In 1907 bouwde Gerrit van Arkel aan de Tolstraat de diamantslijperij van Asscher. Daar werd in 1908 de Cullinan gekliefd, de grootste diamant die ooit is gevonden, en op het hoogtepunt werkten er meer dan vijfhonderd slijpers. Veel van hen woonden in de buurt, die daarom straten kreeg met namen van edelstenen. Ook het gereedschap van de schilder kreeg er een plek, met de Paletstraat, de Pastelstraat en de Penseelstraat.
De eerste arbeiderswoningen verrezen rond 1890, de rest volgde in de jaren twintig in de stijl van de Amsterdamse School, met een rond badhuis uit 1926 omdat de woningen nog geen douche hadden. In de oorlog werd een groot deel van de Joodse bewoners en slijpers weggevoerd.
- Diamantstraat Genoemd naar de diamant; de straat gaf de naam aan de Diamantbuurt verhaal
- Granaatstraat Genoemd naar de granaat, een donkerrode edelsteen verhaal
- Paletstraat Genoemd naar het palet, de plank waarop een schilder zijn verf mengt
- Pastelstraat Genoemd naar pastel, het krijt waarmee kunstenaars tekenen en schilderen
- Penseelstraat Genoemd naar het penseel, het gereedschap van de schilder
- Robijnstraat Genoemd naar de robijn, een van de edelstenen van de Diamantbuurt verhaal
- Saffierstraat Genoemd naar de saffier, een van de edelstenen van de Diamantbuurt verhaal
- Smaragdplein Genoemd naar de smaragd, een van de edelstenen van de Diamantbuurt verhaal
- Smaragdstraat Genoemd naar de smaragd, een van de edelstenen van de Diamantbuurt verhaal
- Topaasstraat Genoemd naar de topaas, een van de edelstenen van de Diamantbuurt verhaal