BinnengasthuisstraatCentrum
Genoemd naar het Binnengasthuis, gebouwd op de plek van twee kloosters
Rond 1500 telde Amsterdam zo'n twintig kloosters. Langs de Oudezijds Achterburgwal stonden er zestien voor vrouwen en drie voor mannen, en aan de Nes nog eens vijf. Omdat er altijd ergens werd gebeden, noemden Amsterdammers de buurt Gebed zonder End. Na de Alteratie van 1578, toen de stad protestants werd, nam het stadsbestuur de kloosters in en gaf ze een nieuwe bestemming: het Sint Agnietenklooster werd de plek waar in 1632 de voorloper van de universiteit begon, uit andere kloosters ontstonden het Binnengasthuis, het Prinsenhof en de Waalse Kerk. In straatnamen als Bethaniƫnstraat, Monnikenstraat, Cellebroerssteeg en Oudekennissteeg, eigenlijk Oudekerkssteeg en daarvoor Minderbroederssteeg, leeft het kloosterleven voort.