Hendrik Provó Kluit
De politiechef die agenten een uniform gaf en daarna zeven maanden burgemeester was.
Hendrik Provó Kluit werd op 9 september 1803 in Utrecht geboren, in een familie van juristen. Hij studeerde rechten aan het Atheneum Illustre in Amsterdam, promoveerde in 1829 in Leiden en werd advocaat in Amsterdam. Hij woonde aan de Herengracht.
De man achter de Amsterdamse politie
Van 1840 tot 1850 was hij directeur van politie in Amsterdam. In die functie voerde hij het uniform en het dienstwapen in. Toen in 1848 relletjes uitbraken in de stad, trad hij krachtig op. Hij schreef er ook over: in 1850 verscheen zijn pleidooi 'De zelfstandigheid der policie verdedigd'. Datzelfde jaar werd hij voor Amsterdam in de Tweede Kamer gekozen, waar hij zelden maar dan wel lang sprak, vooral over openbare orde. Na de Aprilbeweging van 1853 werd hij niet herkozen.
Een kort burgemeesterschap
Kort daarna, op 20 mei 1853, werd hij burgemeester van Amsterdam als opvolger van Van Reenen, die minister was geworden. Het bleef bij ruim zeven maanden. Op 1 januari 1854 vertrok hij alweer, want hij was benoemd tot raadsheer in de Hoge Raad, de hoogste rechter van het land. Daar zat hij tot zijn dood op 27 oktober 1860 in Den Haag. Hij werd begraven in het familiegraf in Katwijk aan Zee.
- 01Als directeur van politie voerde Provó Kluit het uniform en het dienstwapen in.
- 02Hij trad in 1848 krachtig op tegen relletjes in Amsterdam.
- 03Hij was ruim zeven maanden burgemeester, van mei 1853 tot januari 1854.
- 04Daarna werd hij raadsheer in de Hoge Raad.