
Antonie Röell
- Burgemeester
- 1910-1915
- Leven
- 1864-1940
- Partij
- liberaal
- Tijdperk
- De negentiende eeuw
Het verhaal
Antonie Röell werd op 21 augustus 1864 in Den Haag geboren in een adellijke bestuurdersfamilie. Zijn vader was marineofficier, een voorvader zat in de Tweede Kamer. Hij studeerde rechten en staatswetenschap in Leiden en promoveerde in 1892 op een onderwerp dat in Amsterdam nog heel belangrijk zou worden: de wetgeving op de huisvesting van de arbeidende klassen.
Daarna ging het snel. Na een start bij de provinciale griffie in Arnhem en Zwolle werd hij burgemeester van Leeuwarden (1898-1904) en van Arnhem (1904-1910). Op 16 maart 1910 trad hij aan als burgemeester van Amsterdam.
Vijf jaar Amsterdam
Zijn Amsterdamse jaren stonden vooral in het teken van de groei van de stad: stadsuitbreiding was het grote thema. Röell was een liberaal, maar de politiek zelf boeide hem minder dan het ambt. Tijdgenoten zagen een wat stijve man die vooral hield van stijl en waardigheid, en die sterk was in toespraken, al was hij zelf niet groot van stuk.
Al na vijf jaar vertrok hij. Op 16 januari 1915 werd hij Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Bij de keuze van zijn opvolger had hij een voorkeur, maar minister-president Cort van der Linden koos een ander: Jan Willem Tellegen, de directeur van Bouw- en Woningtoezicht. Ook in 1921 was Röell tegen de benoeming van de nieuwe Amsterdamse burgemeester, Willem de Vlugt. Ook die keer kreeg hij zijn zin niet.
Een kwarteeuw Noord-Holland
Als commissaris stond hij bekend als een goede voorzitter die steeds op een compromis aanstuurde. Al in 1916 kreeg hij te maken met zware overstromingen langs de Zuiderzeekust. Naast zijn ambt had hij een lange reeks functies. Hij was voorzitter van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, van het bestuur van de N.V. Het Concertgebouw (1920-1933) en van de stichting Gooisch Natuurreservaat. In 1920 leidde hij het comité van het grote Mahlerfeest in Amsterdam, rond dirigent Willem Mengelberg. Toen Mengelberg in 1917 problemen had gehad aan de Duitse grens, regelde Röell een nieuw paspoort voor hem.
In 1937 werd hij in de adelstand verheven tot baron. Toen de Duitse bezetter in augustus 1940 de titel Commissaris van de Koningin wilde afschaffen, maakte hij daartegen bezwaar. Een paar maanden later, op 29 november 1940, overleed hij vrij onverwacht in Haarlem. In Amsterdam Nieuw-West, in de wijk waar meer straten naar burgemeesters heten, loopt de Burgemeester Röellstraat.
- 01Röell promoveerde in 1892 op de wetgeving over huisvesting van arbeiders.
- 02Hij was burgemeester van drie steden: Leeuwarden, Arnhem en Amsterdam.
- 03Na Amsterdam was hij 25 jaar Commissaris van de Koningin in Noord-Holland.
- 04In 1920 was hij voorzitter van het comité van het Mahlerfeest in Amsterdam.
- 05Hij werd pas in 1937, op zijn 72e, baron.
Welke functie kreeg Antonie Röell in 1915, na vijf jaar als burgemeester van Amsterdam?
Speel de hele quizBronnen en verantwoording (6)
Reacties
Weet jij meer? Woon je er, ken je het verhaal van je opa, of klopt er iets niet? Vertel het hier. Zo groeit het register met wat Amsterdammers zelf weten.